LEGADO ANDALUSÍ - II. 7-daagse rondreis - Jaen - Ubeda - Cazorla - Granada - Cordoba
Je verblijft tijdens deze rondreis in paradores “staatshotels”. Deze hotels zijn allemaal gevestigd in oude kloosters, paleizen, middeleeuwse kastelen of prachtige residenties. Ze hebben stuk voor stuk een bijzondere ligging: Boven op een heuvel, of in een prachtige natuur of midden in een historisch centrum. De hotels hebben nog de sfeer en details van vroeger, maar ze zijn allemaal aangepast aan de eisen van de moderne reiziger. Op initiatief van Markies Vega Inclán opende Koning Alfonso de 13e in 1928 het eerste staathotel in Gredos. Sindsdien hebben de staatshotels het basisconcept goed in ere gehouden: Optreden als een bewaker van het nationale en artistieke erfgoed. Overnachten in een Parador is reizen met style.
Prijzen per persoon vanaf
€1.010,00 
Voor aanvraag van beschikbaarheid en prijsopgave
Prijs is gebaseerd op 7 nachten accommodatie voor 2 personen
Wat is niet bij de prijs inbegrepen?
Voorwaarden:
Bijzonderheden:
accommodaties & informatie
Dag 1. Jaén, de hoofdstad van de provincie, op 600 m hoogte ten zuiden
van de Guadalquivir.
De stad is gelegen in een olijvenproducerende gebied in Spanje. Er is handel
in en verwerking van olijven, olijfolie. Het provinciaal museum toont archeologische
vondsten en de beeldende kunst. Er is een etnologisch museum. In de stad
zijn nog resten uit de Moorse bezettingsperiode te zien. Er zijn delen
van de Moorse vestingwerken, een waterbekken en een oude minaret bij de
Santa Magdalenakerk, 15de eeuw, mudéjarstijl, en baden uit de 10de–11de
eeuw. De meeste religieuze gebouwen in de stad werden gebouwd op resten
van oude Moorse bouwwerken, zoals de kathedraal, 1548–1802, met façade
uit de 17de eeuw en rijke kerkschat. In de zijkapellen zie je mooie kunstwerken
en het fraaie houtsnijwerk van het koorgestoelte met taferelen uit het
oude testament en het leven van Jezus zijn van bijzonder belang. Voormalig
klooster Santo Domingo, 1382, was destijds zetel van de inquisitie. Uit
de 16de tot 18de eeuw stammen de diverse fraai versierde paleizen die de
stad rijk is. De stad dankt haar opkomst aan de zilvervoorraden in de omgeving
en de daarmee samengaande kolonisering door Carthagers en Romeinen. Tijdens
de bezetting door de Moren was de stad bestuurlijk centrum en beleefde
zij een van haar belangrijkste bloeiperiodes. In 1246 werd de stad heroverd
door de Spanjaarden.

Je verblijft in bijzonder 13e eeuw arabisch fort. De bevoorrechte locatie van deze parador, op Santa Catalina Hill, biedt een mooie kijk op Jaén. Hier kan je de oorsprong en bestemming van de charmant Andalusische renaissance ontdekken. Het hotel heeft een verfrissend zwembad, die samen met de exterieure stenen beschermen tegen de brandende zon die de omgeving overspoeld. Het monumentale voorkomen is behouden aan de binnenkant van het fort, waar de indrukwekkende 20 meter hoge gekruisde bogen met arabisch karakter in de woonkamer, het restaurant en de slaapkamers opvallen. Wat je zeker geprobeerd moet hebben: 'ajo blanco' (koude knoflook / amandel soep), 'pipirrana' (tomaten en komkommer salade) en Jaén-style spinazie (met ei).
Dag 2. Ubeda vormt samen Baeza met één van de belangrijkste attracties van de provincie Jaen, het land van de olijfen, een streek waar het leven bestaat uit het werk in de olijfboomgaarden, een praatje op het dorpsplein en de dagelijkse boodschappen bij de plaatselijke slager en bakker. Ubeda en Baeza ,twee eeuwenoude rivalen die elkaar probeerden te overtreffen met prachtige publieke, religieuze en particuliere bouwsels in Renaissance-stijl. Vooral Úbeda wordt gezien als één groot openluchtmuseum, met zo'n 500 erkende monumenten. Beide stadjes zijn vorig jaar gezamenlijk erkend als UNESCO werelderfgoed. Bij binnenkomst in de historische stad Baeza word je verrast door het beeldschone Plaza del Populo, een rechthoekig pleintje omringd door statige gebouwen en middenin de leeuwenfontein, waarvan de koppen van de beesten door de eeuwen heen zijn afgesleten tot grauwe brokken steen. Wat de inwoners van Ubeda nog het meest steekt is dat Baeza een kathedraal heeft en zij niet. In de hele provincie Jaen zijn maar twee kathedralen, die van Baeza en van de hoofdstad Jaen. De kathedraal is gebouwd op de funderingen van een moskee en is uitgesproken als een van de mooiste werken van Vandelvira. De paleizen in Ubeda zijn voornamellijk particulier eigendom, terwijl die in Baeza voor openbare doeleinden worden gebruikt. Ook in de omgeving staan paleisachtige kastelen, tussen de olijfbomenzee.Op nog geen tien minuten rijden van Baeza ligt Ubeda. De mooiste plekjes van de stad vinden zich rondom Plaza de Valquez de Molina. Dit plein vormt het hart van de rijke geschiedenis van Ubeda. Die geschiedenis wordt vooral bepaald door oorlog en ruzie tussen Moren en Cristenen onderling.

Je verblijft in een16e eeuws Renaissance paleis. Dit staatshotel staat op een plein met vele invloeden uit de Renaissance in de aristocratische en monumentale stad Ubeda, naast schitterende gebouwen en is gebouwd in het voormalige paleis, dat gebouwd is in de 16e eeuw en is gerestaureerd in de 17e eeuw. Het paleis behoorde aan de decaan van de heilige kapel van El Salvador toe. De voorgevel van de Parador verbergt de zeer mooie binnenplaats, met 2 veranda’s waarvan het bovenste gedeelte is bedekt met glas. De comfortabele slaapkamers zijn erg mooi door de hoogte van de plafonds. Het restaurant met Andalusische details biedt verschillende gerechten aan zoals: pepers gevuld met patrijs, stierenstaart in rode wijn uit La Loma en gestoomde jonge geit met pijnboom pitten.
Dag 3 en 4. Van Baeza naar Cazorla, dwars door olijfenland, in dit vredige uitgestrekte landschap doemt Cazorla op als een verrassing. De witte huizen van het dorp zijn rommelig tussen twee rotswanden gebouwd, het geheel wordt gedirigeerd door La Yedra, de ruïne van een Moors kasteel dat hoog boven Cazorla uittorent. Cazorla is een goed uitvalbasis om een autorit door het nabijgelegen natuurpark van Cazorla. Hoe dieper je het natuurpark in gaat, hoe spectaculaider het landschap, je slingert door naaldbossen en rotsige bergwanden en hoog in de lucht circuleren de roofvogels en aasgieren, terwijl beneden in het dal de Guadalquivir klettert. De bossen herbergen een belangrijke wildstand, waaronder steenbokken, herten, moeflons, damherten en wilde zwijnen en ook één van de rijkste flora’s van het hele mediterrane bekken met meer dan 1200 verschillende geregistreerde soorten. Het natuurpark is het meest uitgestrekte van alle spaanse natuurparken en bovendien is het een Biosfeerreservaat en Bijzondere Beschermde Zone voor Vogels. Uit alle bronnen in dit berggebied komt steenkoud water met een een dennnensmaak. Het is overal te vinden, inde ravijnen, op de berghellingen, langs de paden...

Je verblijft midden in het natuurgebied Cazorla Nature Reserve, ter plaatse beter bekend als Sacejo. De hoogte biedt onovertreffelijke panoramische uitzichten over de omgeving, die begroeid is met dennebomen. De sfeer van schoonheid en rust van bijvoorbeeld de Cañada de las Fuentes of Salto de Linarejos maken het een ontmoetingspunt voor natuurliefhebbers. Het gebouw laat de traditie van het typische Andalusische landhuis herleven, welke een mooie uitstraling heeft. Het zwembad met zijn indrukwekkende uitzichten over het natuurreservaat en het interieur, met een plezierige woonkamer met schoorsteen worden gekarakteriseerd door zijn grote ramen, die veel licht brengen. Wat je zeker uit de Andalusische keuken geprobeerd moet hebben: 'gachamiga' (bloem, broodkruimels en spek), ‘pisto’ (ratatouille met tomaten), 'pipirrana' (tomaten en komkommer salade).
Dag 5. Granada is de ideale stad om te dromen.. Alleen al voor La Alhambra en de tuinen van Generalife is het de moeite waard om deze magische stad niet alleen te bezoeken maar ook te beleven. De “ Calat al Hamra” of wel “het rode kasteel”, wordt over de hele wereld als één van de mooiste Arabische paleizen beschouwd. La Alhambra werdt op de hoogste heuvel van de stad gebouwd, La Sabika, zoals deze in de middeleeuwen werd genoemd. Maar Granada is veel meer... Het Albaicin, het oudste gedeelte van Granada is één van de meest typische wijken, met straatjes en pleinen die zijn Arabische uiterlijk hebben behouden. Het Albaicin ligt op een heuvel voor de Alhambra. In deze wijk zijn vele vormen van textiel, zijde en verfnijverheid te vinden, ook oude moskee’s die zijn omgebouwd tot kerken. Los Carmenes (typische bouw uit Granada) van El Albaicin, de religieuze gebouwen van La Cartuja, de Kathedraal uit 1518 (oorspronkelijk gotische style, maar het grootste deel is renaissancestyle), Capilla Real, San Jeronimo en San Juan de Dios, dichtbij de paleizen, met een diverse en rijke bouwkunst. Net iets buiten de stad, El Sacramonte, een stad van grotten waar El Flamenco en La Buleria (andalusische zang en dans) is te horen en te zien op zigeunerfeesten. Granada is een vleugje Magreb, met spaanse temperament, een bijzondere combinatie van culturen. Een geweldige stad om rond te slenteren door de smalle straatjes van het Albaicin, binnen te stappen in een trendy theehuis en daar onderuit te zakken om te genieten van een muntthee met amandelgebak, maar ook in de vele cafeetjes een wijntje te drinken vergezeld met een tapa en s’avonds een flamencoshow in de Sacromonte bij te wonen. Bezoek ook de vele kathedralen, de Alhambra, de tuinen van El Generalife met talrijke fonteinen, vijvers en bloemen dat tesamen met Albaicin als werelderfgoed is verklaard.
Een bekend gedicht over deze stad
zegt:
Geef hem een aalmoes, vrouw, want er bestaat in de wereld geen grotere
smart, dan blind te zijn in Granada'

Je verblijft in het meest speciale staatshotel. Een nacht doorbrengen in de tuinen van de Alhambra, tussen fonteinen, bomen en grote ramen met bogen is een unieke kans, die aangeboden word door dit staatshotel. Het is een voormalig klooster gebouwd in opdracht van de katholieke monarchie. Dit monumentale gezelschap organiseert rustige, vredige wandelingen door de stad voor de gasten, alhoewel het gebouw zelf uitnodigt om het droomachtige interieur te bekijken. Christelijke en arabische stijlen zijn hier gemengd terug te vinden in het interieur. De slaapkamers bieden een bijzonder mooi uitzicht op de Secano tuinen. Wat je zeker geprobeerd moet hebben: 'gazpacho andaluz' (koude tomatensoep), 'tortilla de Sacromonte' (omelet) en 'piononos de Santa Fe' (typische in likeur gedoopte luchtige cake).
Dag 6 en 7. Cordoba is tegenwoordig groot betreft de cultuur van zuid-Europa, één van de mooiste steden en goed behouden. Met een mooi historisch centrum, geheel door UNESCO uitgeroepen als stad van het Werelderfgoed Gesitueerd in het geografisch middelpunt van de provincie, aan weerszijden van de Guadalquivir, de rivier die het stadscentrum in tweeën deelt. Aan de noordkant verrijzen wildrijke bergketens en naar het zuiden strekken zich vruchtbare velden uit, her en der bezaaid met witte huizen en dorpjes en omzoomd door een gebergte dat deel uitmaakt van de zogenaamde Serranias Subbeticas. Het is één van de meest bezochte spaanse provinciesteden, wat ongetwijfeld te danken is aan zijn omvangrijke historisch erfgoed. Cordoba gesticht in het jaar 169 v. Chr. door de romeinse praetor Claudio Marcelo, zijn enkele belangrijke namen uit de klasieke geschiedenis. Het was echter in de periode van de Moorse overheersing op het Iberisch schiereiland dat Cordoba zijn grootste bloei bereikte. Het Cordoba van het kalifaat werd al snel de meest beschaafde en briljante stad van het 10de eeuwse Europa, met rond de duizend moskeeën en zeshonderd badhuizen, en met bijvoorbeeld de eerste openbare straatverlichting van het continent (nog zevenhonderd jaar voor Parijs en Londen). Niet minder belangrijk is het cultureel erfgoed van na de christelijke herovering. Temidden van alle kerken, kloosters, hospitalen, paleizen en talloze herenhuizen ligt het unieke juweel van deze stad dat bekend is als La Mezquita, de moskee waarmee Cordoba een plaats verwierf onder de grote Europese momumentale steden. Breng ook een bezoek aan het charmant volkswijk San Basilio met kleine, oude huizen, maar prachtige patio’s en atelier’s van waaiers en keramiek.

Je verblijft in het staatshotel van Cordoba. Gesitueerd op de ruïnes van het kleine zomerpaleis van Abderramán I, een heuvel met wilderige plantengroei, aan de voet van sierra de Cordoba. De parador biedt een bijzonder uitzicht op deze legendarische stad. Het gevoel van welzijn wordt versterkt door het zwembad en de omgeving (met een nieuwe tuin, die bekend staat als ‘Los Naranjos’ (De sinaasappelbomen), hier kan je de eerste palmbomen, die in Europa zijn geplant, vinden. De slaapkamers zijn elegant en licht ingericht en zijn ruim. Het restaurant biedt verschillende gerechten. Wat je zeker geprobeerd moet hebben: ‘salmorejo cordobés’ (groentesoep koud geserveerd), gazpacho blanco de almendras’ (amandelsoep koud geserveerd) en ossehaas in groene saus.