jaen

Olijfbomen in JaenDe provincie Jaen beschikt over het grootste oppervlakte aan ongerepte en beschermde natuur van Spanje. De rijkdom aan natuur is immens en er zijn verschillende natuurparken die je kunt bezoeken zoals Despeñaperros, Sierra de Andujar, Sierras de Cazorla, Segura, Natuurpark Villas en de Sierra Magina.
Op het platteland van deze provincie liggen vele kleine dorpjes met een rijke cultuur en traditie. Sinds de 18e eeuw tot op de dag van vandaag zijn hier de stierenvechten erg populair.
De stad Jaen is een pittoreske stad met een rijke geschiedenis en interessante architectuur. Twee plekken die je niet mag missen zijn de Arabische baden en de kathedraal.
De kathedraal van Jaen is een enorm bouwwerk en domineerd de volledige skyline van de stad. Hij ligt in het hart van het historisch centrum en is omringd door vele smalle kronkelige straatjes.
De torens van de kerk zijn 26m hoog en heeft een koorgang uit de 18 eeuw. Het is echt de moeite deze mooie kathedraal te bezoeken.
De Arabische baden zijn ontdekt in 1913 en sinds 1917 een nationaal erfgoedstuk. Het zijn de best bewaard gebleven baden van Spanje en de entree is gratis.
In september wordt in Jaen het feest ´la divina Pastora´ gevierd. Het is een religieuze feestdag die bij zonsopgang begint met verschillende processies en doorgaat tot snachts met veel wijn, eten, zang en dans.
Het stierenvecht seizoen stopt aan het einde van oktober. Het stierenvechten is een échte spaanse tradities maar neemt niet weg dat het er vaak bloederig aan toegaat en daar moet je wel tegen kunnen.
Úbeda werd samen met Baéza in 2003 door de Unesco op de wereldranglijst van beschermd historisch erfgoed geplaatst. Beide ministadjes vormen dus een historische tweeling, hoewel zij 9 km van elkaar gescheiden toeven en elk een eigen gemeentebestuur verkiezen. Zij liggen op twee uur rijden van Granada en op drie kwartier van Jaén.
Het zijn twee ministadjes die elk lijken te baden in een sfeer van eeuwige zondagsrust, tot de dag waarop 'España Catholica' ontwaakt voor de jaarlijkse processie van 'Corpus Christi'. Een kleurrijke en fleurige processie trekt dan door het middeleeuwse centrum in een stoet vol jeugdige communicantjes, gekleed in witte jurkjes of admiraaluniformpjes, zoals wij die nog kenden halverwege vorige eeuw.
Úbeda is met zijn 36.000 bewoners groter dan Baéza, maar de 'Corpus Christi' viering is er minder indrukwekkend. Ubeda bestond al 2000 jaar voor onze tijdrekening, maar is net als Baéza, gekend voor zijn vele unieke gebouwen in renaissance stijl. Dit stadje heeft veel van zijn pracht en praal te danken aan Francisco de los Cobos, een ingezetene die zou opklimmen tot staatssecretaris van Keizer Karel V. Zijn zoon zou die functie nadien overnemen.
Hun belangrijke functie liet toe om zichzelf en hun stad te verrrijken. Toen de textielnijverheid in de 16de eeuw welvaart bracht in de hele omgeving gingen vele nieuwe rijken en aristocraten de beroemde Italiaanse families naäpen en strokken zij architect Andrés de Vandelvira aan, een meester in de renaissance bouwstijl.
Vandaag nog wordt de Plaza Vázquez de Molina door deskundigen beschouwd als een meesterwerk van stadsplanning.